Persoonlijk Bericht

3 jaar persoonlijke groei

Drie jaar geleden, op de kop af, begon een periode in mijn leven die ik zelf nooit zo had kunnen bedenken, zelfs niet in mijn slechtste scenario’s. Het was niet één gebeurtenis, niet één diagnose, niet één moment waarop alles veranderde. Het was een proces waarin ik langzaam maar zeker alles kwijtraakte wat voor mij vanzelfsprekend was.

Ik raakte niet alleen ziek. Ik raakte zó ziek dat mijn lichaam simpelweg stopte met functioneren zoals het hoorde. Dingen die voor anderen normaal zijn, werden voor mij onhaalbaar. In die eerste zeven weken heb ik bijna alleen maar gelegen. Niet omdat ik dat wilde, maar omdat mijn lichaam niets anders toeliet. De energie was weg. Niet een beetje minder, maar volledig verdwenen. Alsof iemand de batterij eruit had gehaald en er geen oplader meer bestond.

De enige momenten dat ik opstond, waren voor mijn kinderen. ’s Ochtends, met pijn en moeite, mezelf bij elkaar rapen om iets te doen wat eigenlijk het meest basale is wat er bestaat: zorgen voor je gezin. Een bordje eten klaarmaken, een paar woorden, een blik die moest zeggen dat alles “oké” was, terwijl dat allesbehalve zo voelde. En zelfs dat werd op een gegeven moment te zwaar. Mijn kinderen moesten dingen alleen gaan doen die ze eigenlijk helemaal niet alleen zouden moeten doen. Dat besef… dat doet iets met je als moeder wat niet uit te leggen is. Dat is geen gewone pijn, dat is een soort verdriet dat dieper zit dan woorden kunnen dragen.

In die weken gebeurde er nog iets anders. Alles wat ik in de afgelopen veertig jaar had weggeduwd, genegeerd of simpelweg had overstemd door altijd maar door te gaan, kwam naar boven. Ik was altijd iemand die doorging in haar hoofd. Niet voelen, maar denken. Niet stilstaan, maar doorgaan. Dat was mijn motor. Maar op het moment dat je stil komt te liggen en je hoofd niet meer kan vluchten in drukte, werk of afleiding, blijft er maar één ding over: jezelf. En alles wat je al die jaren hebt genegeerd.

Mijn lichaam had al die tijd alles opgeslagen. En in die zeven weken kreeg ik daar de rekening van gepresenteerd.

De klachten stapelden zich op. Mijn benen deden constant pijn, mijn spieren werkten niet meer zoals ze moesten, mijn zenuwstelsel raakte ontregeld. En toen begon het met mijn handen. Eerst een herkenbaar gevoel, iets wat ik al kende van vroeger, wat altijd werd afgedaan als “RSI” of “te veel achter de computer zitten”. Maar dit keer was het anders. Dit keer was het heftiger. Beide handen deden mee, maar al snel werd duidelijk dat mijn linkerhand het zwaarst getroffen was.

Onderzoeken, behandelingen, injecties, braces… alles werd geprobeerd. Uiteindelijk kwam het advies voor operaties aan beide handen. Maar diep van binnen had ik al het gevoel dat dit niet de oplossing zou zijn. Dat dit niet iets was wat je “even fixt”. Toch heb ik die stap gezet voor mijn linkerhand. En dat moment… dat is het moment geweest waarop ik definitief moest accepteren dat dingen nooit meer hetzelfde zouden worden.

Want na die operatie ben ik mijn linkerhand niet letterlijk kwijtgeraakt, maar functioneel wel. Er zit geen kracht meer in. Geen grip. Alles wat ik vastpak, glipt er gewoon uit. Ik kan er nog iets mee tegenhouden, maar daar houdt het op. En dat is niet tijdelijk. Dat is blijvend.

Mijn rechterhand heeft daarna alles moeten opvangen, met als gevolg dat die overbelast raakte. En toen moest ik een keuze maken die niemand voor mij kon maken: laat ik ook die hand opereren, met het risico dat ik misschien helemaal niets meer kan, of kies ik ervoor om te behouden wat er nog is? Ik heb gekozen voor het laatste. Niet omdat dat de makkelijkste keuze was, maar omdat het de enige was waarmee ik nog iets van zelfstandigheid kon behouden.

De afgelopen drie jaar stonden volledig in het teken van acceptatie. Niet één keer, niet een moment, maar elke dag opnieuw. Accepteren dat mijn lichaam niet meer doet wat ik wil. Accepteren dat mijn energie beperkt is. Accepteren dat als mijn klachten verergeren, ze vaak niet meer teruggaan naar hoe het was.

Er wordt vaak gezegd dat dingen “tussen je oren zitten”, maar in mijn geval is dat nooit zo geweest. Mentaal ben ik sterk. Altijd geweest. Mijn probleem zat en zit in mijn lichaam. In mijn zenuwstelsel, mijn spieren, mijn gewrichten. De diagnose fibromyalgie is er wel, maar in mijn geval gaat het gepaard met daadwerkelijke fysieke schade. Dat maakt het niet alleen zwaar, maar ook definitief.

Wat deze periode misschien nog wel zwaarder maakte, waren de mensen om mij heen. Niet mijn gezin, want die hebben mij nooit laten vallen. Maar de buitenwereld. Oordelen, aannames, verhalen die werden verzonnen zonder dat iemand de moeite nam om te vragen hoe het écht zat. In het begin deed dat pijn. Veel pijn. Maar ergens in die drie jaar is er iets veranderd in mij. Ik ben daar boven gaan staan. Niet uit arrogantie, maar uit zelfbescherming. Het moment dat ik besefte dat de mening van anderen niets verandert aan mijn realiteit, gaf mij rust. Wie wil praten, praat toch wel. Maar wie echt wil weten hoe het zit, die vraagt het.

En terwijl ik alles kwijtraakte, stond mijn gezin daar. Mijn man, mijn kinderen, mijn moeder. Ze hebben opgevangen wat ik niet meer kon. Ze hebben overgenomen waar ik moest stoppen. Niet één keer, maar elke dag opnieuw. We hebben er met z’n vieren doorheen geknokt. En het leven heeft ons daarin niet gespaard. Niet alleen ik heb dingen moeten verwerken, ook zij hebben hun eigen strijd gehad. Dingen die je niemand gunt, dingen die sporen achterlaten.

Maar juist daardoor staan we vandaag waar we staan.

Niet waar we drie jaar geleden stonden, maar op een plek die gevormd is door alles wat we hebben meegemaakt. Een plek waarin we elkaar beter begrijpen, waarin we sterker zijn geworden, waarin we weten wat er echt toe doet. En daar ben ik trots op. Ontzettend trots. Want dit is niet vanzelf gegaan. Dit is opgebouwd uit doorzetten, aanpassen, vallen en weer opstaan.

In diezelfde periode heb ik ook iets teruggevonden wat ik ergens onderweg was kwijtgeraakt: creativiteit. Op momenten dat mijn hoofd te vol was en mijn lichaam rust nodig had, heb ik geleerd om mijn energie op een andere manier te gebruiken. Ik heb een Bernette B79 borduur- en naaimachine gekocht. De eerste aankoop in mijn leven die echt alleen voor mij was. Dat voelde bijna onnatuurlijk, omdat ik altijd iemand ben geweest die gaf en niet ontving.

Maar die keuze heeft mij meer gebracht dan ik ooit had verwacht.

Ik ben gaan leren. Stap voor stap. Op mijn tempo. Soms een half uur, soms een uur, nooit langer dan wat mijn lichaam aankon. Ik leerde broeken maken, hoodies, van babymaat tot plus size. Ik leerde borduren, experimenteren, fouten maken en weer doorgaan.

En toen ontdekte ik de sleutelhangers.

Kleine dingen, zou je denken. Maar voor mij werden ze groot. Ik maakte er een paar voor mijn dochter en haar vriendin, gewoon omdat ze het leuk vonden. En toen gebeurde er iets wat ik niet had zien aankomen. Mensen begonnen te reageren. Ze wilden er ook één. Met hun naam. Voor zichzelf, voor iemand anders. Berichten stroomden binnen.

En vandaag, precies drie jaar later, sta ik mijn eerste bestellingen in te pakken.

Op mijn tempo. Zonder druk. Zonder mezelf over mijn grenzen heen te duwen. Komt het vandaag niet af, dan morgen. Of overmorgen. En dat is oké. Dat heb ik moeten leren.

Wat dit met mij doet, is bijna niet uit te leggen. Het gevoel dat je, ondanks alles wat je bent kwijtgeraakt, nog steeds iets kunt betekenen voor een ander. Dat iets wat jij maakt, iemand anders blij maakt. Dat geeft een vorm van voldoening die ik lang kwijt ben geweest.

Mijn droom, zoals ik die ooit had, zal waarschijnlijk nooit meer uitkomen. Daar ben ik realistisch in geworden. Maar deze kleine stukjes ervan, deze momenten, deze stappen… die zijn genoeg. Echt genoeg.

Ik hoef geen groot bedrijf meer. Ik hoef geen bewijs meer. Wat ik nu heb, wat ik nu kan, en wat ik nu mag doen… dat maakt mij oprecht gelukkig.

En daarom wil ik dit zeggen.

Dank je wel.

Aan mijn gezin, dat mij nooit heeft laten vallen en altijd is blijven staan, ook toen ik dat zelf niet meer kon. Aan mijn moeder, die er altijd was. Aan de mensen die zijn gebleven toen het moeilijk werd. En aan jullie, die mij de afgelopen jaren zijn blijven volgen, steunen en nu zelfs vertrouwen in wat ik maak.

Jullie hebben geen idee wat dit met mij doet.

Na alles wat mijn lichaam mij heeft afgenomen, na alles wat er is gebeurd, sta ik hier vandaag met mijn eerste bestellingen in mijn handen. En voor het eerst in lange tijd voel ik me weer… een toevoeging.

Niet zoals vroeger.
Maar zoals nu.

En dat is meer dan genoeg.

Leave a Reply

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *